Embleem Titel Facebook

Het verhaal van de Heilige Driehoek

De grenzen tussen verhalen en geschiedenis zijn soms moeilijk te leggen. Vaak zijn de historische feiten al een spannend verhaal, dat leest als een adembenemende roman. Ja, ook hier in ons eigen Nederland. Misschien zelfs júist in Nederland. Kijk nu om u heen naar dit bijzonder stukje land in Oosterhout met de welluidende naam De Heilige Driehoek. Heilig is zij zeker. Dit gebied was voorbestemd om het toevluchtsoord te worden voor maar liefst drie kloosterorden; de norbertinessen, benedictinessen en benedictijnen. Nee, deze baroniepoort behoeft geen legende of sage, ontsproten aan de verbeeldingskracht van verhalenvertellers, tekenaars en troubadours. De geschiedenis volstaat. Laat ik u een blik schetsen in het klooster van de zeventiende eeuw. Zomer 1680. Aan de overkant van de kleine gracht staat een prachtig gebouw. Het is één van de zeven slotjes van Oosterhout. Versterkte hoeven waren het, opgetrokken in steen en soms voorzien van een slotgracht. Aagje, een jonge vrouw, gekleed in een eenvoudige japon met een schort voorgebonden staart aandachtig naar het gebouw. Zojuist heeft zij haar tante soeur bezocht en zoals altijd gaat ze met een mengeling van gevoelens weer naar huis. Ze heeft zo veel respect voor de oude vrouw, voor álle nonnen die hun leven slijten in dit klooster. Zij wijden hun hele leven voor hun geloof. Ondanks alle tegenslagen die zij inmiddels hebben gekend. Het enige contact dat zij hebben met de buitenwereld gaat van achter de tralies. Voor hen is het een gevoel van vrijheid en bescherming, voor de jonge vrouw buiten is het onbegrijpelijk. Even trekt ze aan haar witte hoofdkapje en loopt dan gestaag door. Zo lang ze zich herinnert is haar tante soeur een zuster Norbertinesse. Oud en vermoeid is zij enige jaren geleden teruggekeerd van haar verblijf in Breda. “Hoe komt het dat u daar niet mocht blijven, tante soeur?”, had Aagje die middag nieuwsgierig gevraagd terwijl zij in de ontvangstruimte zaten. “De prins, Willem III, kan ons niet in Breda onderhouden”. Even staart de oude vrouw vanuit haar houten stoel, vermoeid naar haar handen. Dan kijkt ze op en lacht haar door de tralies vriendelijk toe. “Je moest eens weten hoe vaak we al over en weer verhuisd zijn”. “Van Breda naar hier?” “Wij, Norbertinessen van Sint Catharinadal hadden ons klooster oorspronkelijk in Vroenhout nabij Roosendaal. De Aagtenvloed van 1288 bedreigde dit klooster en maakten het uiteindelijk onbewoonbaar zodat de zusters in 1295 naar Breda trokken. Het klooster van Vroenhout bleef nog zeker 56 jaar onder water staan”. In 1461 vaardigde Paus Pius II een bul uit waarin een aantal hervormingen werden beschreven zoals het feit dat de zusters geen eigen bezittingen mochten hebben. Deze vielen toe aan de priorin. Maar ook kwamen er meer vastendagen en mochten de zusters niet buiten het klooster komen. Bezoek mochten zij alleen van achter tralies spreken”. “Ja, vreselijk”, fluistert Aagje en kijkt, ondanks dat zij alleen zijn, schielijk om zich heen of toch niemand dit gehoord heeft. Tante soeur lacht zachtjes: “Voor buitenstaanders lijkt het een gevangenis, maar voor ons geeft het een gevoel van veiligheid”.
Vervolg>>>


 

 

Vorige Volgende