Het verhaal van de Heilige Driehoek
deel 2
“Neemt u me niet kwalijk”, verontschuldigd Aagje zich. “U was aan het vertellen”. “St. Catharinadal kende in Breda veel tegenslag, heb ik me laten vertellen. Zo overleden de proost, de priorin en zes zusters aan de pest in 1479 en ging het hele klooster in vlammen op tijdens de stadsbrand van 1534. Maar ook na de herbouw van het klooster, kende het klooster geen echte rust. Tijdens de beeldenstorm werden ook vernielingen aangebracht aan het klooster. Maar de zusters hadden hun kostbare bezittingen elders in veiligheid gebracht. Toen brak de tachtigjarige oorlog uit. Dan weer kregen wij de bescherming van de Spanjaarden, dan weer van de Staten Generaal. Die laatsten stonden echter niet toe dat de Norbertinessen nieuwe novicen aannamen. Wij waren katholiek, zie je. En zij waren protestant. Zonder nieuwe novicen zou het klooster ten onder gaan. Tot er nog maar twee zusters over bleven. Juist op tijd heroverden de Spanjaarden Breda en zij stonden wel toe dat er nieuwe novicen kwamen. Het was in deze tijd dat ik toetrad tot deze orde. De katholieke Spanjaarden werden teruggedreven door de protestantse Staatse troepen. Frederik Hendrik bevrijdde Breda, nam Sint Catharinadal onder zijn bescherming maar legde ons, katholieke zusters vele beperkingen op. De situatie werd onhoudbaar en we verbleven tot 1647 nog in Breda. Proost Cruyt keek al uit naar een betere locatie, Antwerpen bijvoorbeeld. Uiteindelijk kocht hij een ‘seeckere omwaterde huysinghe genoempt De Blauwe Camer” met bijbehorende gronden”. De oude zuster wijst om zich heen. “Dat is dit klooster. Eén van de zeven slotjes in Oosterhout. Men zegt dat hier de Johannieters woonden, de strijdende monniken, net als de Tempeliers”. “Toch vonden wij hier niet de rust waarop ze gehoopt hadden. Ach je hebt het zelf gezien hoe in het rampjaar 1672, de Fransen binnen vielen. Juist toen de Verenigde Nederlanden het op zee aan de stok hadden met de Engelsen en de Duitsers ook al oprukten. De Fransen plunderden en roofden. Wij zochten een veilig onderkomen in Breda. Maar we mochten niet blijven en keerden noodgedwongen terug naar dit klooster. Het was zwaar beschadigd door de plunderingen. De proost begon met het innen van achterstallige huren, pachten en accijnzen zodat men het klooster op kon knappen en voort kon gaan. En zo is het gegaan, mijn lieve kind”. Aagje kan het zich amper voorstellen, een leven als kloosterlinge. Altijd maar binnen de muren van het klooster en dan toch zoveel meegemaakt. Hoe zal het verder gaan met dit klooster? Ja, het ging nog lang verder. St. Catharinadal bestaat nog altijd en nog altijd bewonen de Norbertenessen het slotje De Blauwe Camer, in de Heilige Driehoek.
Vorige Volgende